Tien jaar geleden dit najaar werd de VLD opgericht. Het was het kindje van Guy Verhofstadt. In de maanden dat Guy zwanger was van zijn baby, werkte ik nauw met hem samen. Ik behoorde zelfs tot het selecte clubje van negen dat de beginselverklaring van de VLD heeft opgesteld. Andere leden, behalve Verhofstadt en ikzelf, waren Boudewijn Bouckaert, Annemie Neyts, André Geens, Camille Paulus, Paul De Grauwe, Luc Coene en André-Emiel Bogaert.
In die tijd deed Verhofstadt zich voor als een flamingant en een conservatief. Het was zijn droom, zei hij, "de PVV sterker te maken door samenwerking met christelijke en Vlaams geïnspireerde mensen." Tientallen vergaderingen heb ik toen meegemaakt, zowel van de "1-oktobergroep" rond Lode Claes, als de conservatieve groep rond CVP-senator Bob Gijs, als het "Centrum voor Politieke Vernieuwing" van Jaak Gabriëls. Ik nam notities en 's avonds schreef ik die uit. In het licht van de recente actualiteit is dat interessante lectuur.
Zo vertelde Verhofstadt op een vergadering op 1 oktober 1991 dat zijn morele waarden gebaseerd waren op "een filosofie van het Natuurrecht. Al ben ik geen gelovige, mijn waarden komen grotendeels overeen met de christelijke." Guy zou, zo beloofde hij, het land niet opzadelen met een euthanasiewet, want "wij drijven de zaken niet zo op de spits als de Hollanders." En Vlaams dat hij was: "Het federaal-unionistisch model heeft afgedaan. Er zal een einde aan komen, door conflict of via overleg, maar het is gedaan."
In een gesprek met Bob Gijs op 3 maart 1992 vergeleek hij de politiek met een "volgeschreven schoolbord. De politieke partijen schrijven daar allemaal nog van alles bij. Niemand kan er nog aan uit. In de klas zijn er twee - het Blok en Rossem - met krijtjes naar het bord beginnen gooien. De oplossing is het hele bord, of minstens de rechtse helft, leeg te vegen en opnieuw te beginnen. Ook de communautaire problemen moeten we zo benaderen, namelijk door het bord leeg te vegen en vervolgens te bepalen: wat willen we met de Franstaligen nog samen doen."
"De belangen van Vlaanderen moeten centraal staan," zei hij op 10 september 1992 in de groep-Claes: "Er moet tabula rasa gemaakt worden met de staatshervorming: helemaal terug opnieuw beginnen, van 1970 af."
Velen vielen in die maanden voor de charme van Verhofstadt. We vonden hem geloofwaardig. Niet iedereen was daar echter van overtuigd. Herman Candries waarschuwde voor "een duivel die een maagd wil verleiden en zich vermomt als een engel." CVP-senator Etienne Cooreman zat, zoals enkele maanden later zou blijken, het dichtst bij de waarheid. Hij sprak over de PVV die "in handen van de loge is" (25 maart 1992).
Maar Verhofstadt spiegelde voor dat hij Sint-Joris was die de draak ging bestrijden: hij zou de macht van de PS-staat breken en wilde "een privé-detective op de zaak-Mathot zetten." Guy ging zelfs in het water van het Vlaams Blok vissen. Hij zond me uit om Gerolf Annemans te polsen voor een overstap en stak Filip Dewinter langs rechts voorbij door de islam ronduit "intolerant en totalitair" te noemen. Toen hij het manuscript van zijn Tweede Burgermanifest ter beoordeling aan enkele mensen voorlegde, stuurde de Brusselse advocaat Fernand Keuleneer hem een fax om de felle aanval die hij in zijn boekje op de islam deed te bekritiseren: "De islam heeft vele schakeringen. Tegenstanders van elke monotheïstische godsdienst vallen over het algemeen graag de islam aan. Hun werkelijk objectief zijn de christelijke godsdiensten," vermaande Keuleneer. Verhofstadt hield met die opmerking geen rekening.
Ik kan niet in de ziel van Guy kijken. Misschien meende mijn oude vriend alles wat hij ons in die maanden vertelde oprecht. Begin november 1992, in de weken onmiddellijk voorafgaand aan het VLD-oprichtingscongres, werd me echter duidelijk dat er iets veranderd was. Sommige van Guys gesprekspartners werden uitgesloten van deelname aan de VLD. Eén van de slachtoffers was Antoine Denert, de VU-burgemeester van Kruibeke, die tot de groep van Jaak Gabriëls behoorde. Alle nieuwelingen moesten het fiat krijgen van een vijfkoppig "Comité van Wijzen" (sic). Het ging om vijf vrijzinnige belgicisten: Lucienne Herman-Michielsens, Willy De Clercq, Frans Grootjans, Albert Maertens en Rik Van Aerschot (oud-grootmeester van de Grootloge van België, vandaag de mentor van prins Laurent). De "Wijzen" spraken een veto uit over Denert, en Jaak en Guy lieten hem vallen.
Volgens Van Aerschot waakten de "Wijzen" erover dat het vrijzinnige en belgicistische ideeëngoed van de oude PVV niet zou "verdunnen" (Liberaal Reflex, nr. 3/92). Wanneer we een decennium later een balans opmaken, stellen we vast dat er inderdaad geen "verdunning" gebeurde. Sint-Joris ontpopte zich tot de waterdrager van de draak en zijn kindje werd een even grote "Pest voor Vlaanderen" als de oude PVV.
En de grondwetsherziening van 1970? Die wil Verhofstadt binnenkort in beton gieten door ook van de Senaat een paritaire instelling te maken.
